Inleiding

Het genetische potentieel van KI-stieren wordt op basis van de prestaties van hun nakomelingen geëvalueerd. Deze evaluatie vindt plaats in het kader van een programma genoemd “nakomelingen onderzoek”. De gegevens worden door vleesvee-inspecteurs op de bedrijven verzameld. Drie bezoeken zijn voorzien: één 1ste bezoek bij de geboorte van het kalf, één 2de  bezoek op de leeftijd van ongeveer 14 maanden en een 3de bezoek voor de lineaire beoordeling van volwassen dieren. 

 

Bij de geboorte,
worden er indexen berekend voor :

  • De  zootechnische kenmerken :
    • Conformatie (schaal van 1 tot 9 – van matig bevleesd tot hyperbevleesd) ;
    • Drachtduur (in dagen) ;
    • Geboortegewicht (gewicht geschat in kg).

Zelfs als de drachtduur en het geboortegewicht in zuiver ras geschat worden, blijven zij betrouwbare aanwijzingen voor wat betreft de kalvingswijze in kruising.

  • De functionele kenmerken :
    • Drinkvermogen (schaal van 1 tot 3 – van slecht tot goed) ;
    • Levenskracht (schaal van 1 tot 3 – van slecht tot goed) ;
    • Sterftecijfer (sterftegevallen vermeld op het ogenblik van het bezoek van de inspecteur, welke de oorzaken ook mogen zijn)
    • Gebreken aan de voorpoten. Wat betreft dit gebrek, worden enkel de mannelijke kalveren in rekening genomen gezien de sterke invloed van het geslacht op het voorkomen van deze gebreken
    • Rechte spronggewrichten/ kromme spronggewrichten : deze kenmerken mogen niet beschouwd worden als gebreken maar behoren tot de normale afwijking van de hoek van de spronggewricht. Een nauwkeuriger waardering van dit kenmerk wordt bekomen bij de lineaire beoordeling.
    • Gebreken aan de muil :  aan- of afwezigheid van lange tong, scheve muil of prognathisme (snoeksmuil). Deze afwijkingen zijn niet letaal en vaak verdwijnen de minder erge vormen spontaan.

Bij de 2de bezoek, berekenen wij indexen voor de volgende kenmerken :

  • De  zootechnische kenmerken :
    • Conformatie ( schaal van 1 tot 9 – van matig bevleesd tot hyperbevleesd) ;
    • Gewicht (gewicht in kg geschat op basis van de gemeten borstomtrek)
    • Gestalte  (in cm)
    • Gecombineerde index « gewicht-conformatie » : voor deze index, beschouwen wij dat één punt op de conformatie schaal overeenstemt met een meerwaarde van 0.074 € / kg levend gewicht.
  • De functionele kenmerken :
    • Sterftecijfer (sterftegevallen vermeld op het ogenblik van het bezoek van de inspecteur, welke ook de oorzaken mogen zijn).
    • Gebreken aan de voorpoten (overkoot staan, gebogen knieën, lang gekote voorpoten…).
    • Gebreken aan de achterpoten ( overkoot staan, lang gekote achterpoten,…)
    • Rechte spronggewrichten / kromme spronggewrichten.  Een nauwkeuriger waardering van dit kenmerk wordt bekomen bij de lineaire beoordeling.
    • Gebreken aan de muil : aan- of afwezigheid van scheve muil, prognathisme (snoekmuil) of brachygnathisme (varkensmuil). 

 

Voor de genetische evaluaties van de lineaire beoordeling worden er 23 kenmerken gebruikt. Deze kenmerken zijn beoordeeld op een schaal van 0 tot 50 (voor meer informatie, de rubriek “selectie en test programma’s").

De veralgemening van de lineaire beoordelingen van de koeien die ingeschreven zijn in het stamboek is begonnen in april 1994. Het schema dat overeenkomt met het Witblauw beoordelingsysteem is hierbij weergegeven. De manier waarop de deelbeoordelingen en de eindbeoordeling berekend worden is in Stamboek publicatie n° 1999 10-03.

Betekenis van een hoge of lage index

Schaal

Karakter

Lage index

Hoge index

1-50

Schofthoogte

Kleiner

Groter

1-50

Lengte

Korter

Langer

1-50

Borstbreedte

Smaller

Breder

1-50

Bekkenbreedte

Smaller

Breder

1-50

Schouder

Weinig bespierd

Sterk bespierd

1-50

Rug

Weinig bespierd

Sterk bespierd

1-50

Rib

Platter

Meer gerond

1-50

Huid

Dikker

Fijner

1-50

Kruis

Vlakker

Sterker hellend

1-50

Bekkenlengte

Korter

Langer

1-50

Staartinplanting

Dieper ingeplant

Hoger ingeplant

1-50

Dijen: zijaanzicht

Minder rond

Meer rond

1-50

Dijen: achteraanzicht

Minder bol

Boller

1-50

Beenwerk

Zwaarder

Fijner

1-25

Schouder (beenwerk)

Uitpuilend

Ingetrokken

1-50

Ruglijn

Concaaf

Convex

1-50

Voorpoten

o-benig

x-benig

1-50

Achterpoten

o-benig

x-benig

1-50

Spronggewricht

Recht

Krom

50-100

Algemeen voorkomen

Middelmatig

Uitstekend


Zie « selectie en test programma's ».

 

Interpretatie van de indexen

Bij een genetische evaluatie worden de bekomen fokwaarden uitgedrukt in de meeteenheid van het betreffend kenmerk.  Om het gebruik van de berekende fokwaarden te vergemakkelijken worden ze uitgedrukt als gestandaardiseerde indexen met een gemiddelde van 100 en een spreiding (standaard afwijking) van 10.  Een index van 100 betekent dat de nakomelingen van de stier voor dit kenmerk in het gemiddelde van de populatie zijn.  Een index hogere dan 100 duidt aan dat het dier boven het gemiddelde van de populatie is.  Toch betekent dat niet altijd “beter”: dat hangt af van het kenmerk waarover het gaat (gebreken, sterfte,…).

Door het gebruik van de standaard afwijking kan een dier voor een bepaald kenmerk binnen de populatie gesitueerd worden:  zo hebben 68% van de dieren voor een bepaald kenmerk een index tussen 90 en 110,   95 %  van de dieren hebben een index tussen 80 en 120.  Dieren met een index voor een bepaald kenmerk hoger dan 120 horen bij de 2,5 % dieren van de populatie met de hoogste index voor dit kenmerk.

De indexen berekend bij de genetische evaluaties zijn alleen maar een schatting van de werkelijke fokwaarde van het dier.  Bij iedere index wordt een bepaalde nauwkeurigheid (R2) weergegeven.
Ter herinnering, aan elke nauwkeurigheid wordt een voorspellingsfout (Er Pred) gekoppeld.  De overeenstemming tussen deze twee parameters wordt weergegeven in het tabel hieronder.

Er Pred Er Pred Er Pred
50 7,07 80 4,47 97 1,73
60 6,32 90 3,16 98 1,41
70 5,48 95 2,24 99 1,00

Légende

De indexen voorgesteld via deze hyperlink dateren van december 2007 voor het 1ste bezoek en van juli 2007 voor het 2de bezoek en de lineaire beoordeling. 

Om het fokpotentieel van de stieren voor elk afzonderlijk kenmerk snel in te schatten, worden kleurcodes gebruikt:

    INDEX
  zeer verbeterend voor dit kenmerk min. 20 punten boven / onder het gemiddelde
  verbeterend voor dit kenmerk 10 tot 19 punten boven / onder het gemiddelde
  gemiddeld voor dit kenmerk 0 tot 9 punten boven / onder het gemiddelde
  verslechterend voor dit kenmerk 10 tot 19 punten boven / onder het gemiddelde
  zeer verslechterend voor dit kenmerk min. 20 punten boven / onder het gemiddelde

 

De meerderheid van de indexen drukt gunstige kenmerken uit wanneer ze hoog zijn (behalve voor de gebreken en sterfte).  Toch is het voor sommige criteria beter om het gemiddelde na te streven .  Men denkt bijvoorbeeld aan de ruglijn, de voorbenen, de achterbenen of de spronggewrichten. Voor wat betreft het geboortegewicht wordt als fokdoel voor een stabilisatie gekozen (een index van 100 is gunstig).

Om een meer actueel gemiddelde te bepalen, werd het potentieel van de stier geëvalueerd op basis van de vrouwelijke dieren aanwezig in bedrijven met geregistreerde gegevens en die in het jaar 2005 geboren zijn.
Voor alle criteria werden de indexen aan deze referentiegemiddelden aangepast. Ten gevolge daarvan wordt een index van 100 representatiever voor het gemiddelde van de huidige populatie. 

De vroegere “ECONOMISCHE INDEX”,  berekend op basis van de gegevens verzameld tijdens het 2de bezoek, wordt nu  “gewicht-conformatie-INDEX” genoemd. Vandaag moet  men voor een economische index inderdaad meer eigenschappen dan alleen het gewicht en de conformatie in aanmerking nemen.

Publicatie criteria

De indexen worden als « officieel » beschouwd vanaf een nauwkeurigheid drempel.
Wat betreft de nakomelingen onderzoek (1ste en 2de bezoek) moet deze drempel 0.50 voor elk kenmerk bereiken. 

De indexen van lineaire beoordeling zijn gepubliceerd als de gedeeltelijke nota bespiering 0.70 bereikt.

Bovendien moet de betreffende stier minstens 10 nakomelingen geboren in minimum 2 verschillende bedrijven hebben.

Overeenstemming

De tabellen vertonen de overeenstemming tussen de functionele indexen en de verwachte frequentie van de gebreken bij de nakomelingen van de stieren (%), zoals voor de zootechnische indexen, het verschil (in de eenheid van het kenmerk) veroorzaakt door een afwijking van 10 punten.

 

Zie " index en stamboek "