Oorsprong en ontwikkeling van de ras
We moeten teruggaan naar het begin van de twintigste eeuw om de eerste selectie-initiatieven te zien die erop gericht waren een gemengd type te ontwikkelen uit een vrij heterogene populatie van melkvee, dat in de tweede helft van de negentiende eeuw was gekruist met Shortorn-bloed, een ras dat in die tijd erg in de mode was.
Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd alles in twijfel getrokken.
Het selectiewerk werd in 1919 hervat, met een duidelijk doel voor ogen: een ‘tweeledig’ vee, rechthoekig van bouw, dat een goed formaat, een gemiddelde spiermassa en een goede melkproductie (4.000 liter met 3,5% vet) combineert.
De periode 1950-1960 was een overgangsperiode waarin de eerste tekenen van een nieuwe richting al zichtbaar waren.
Maar de beslissende ommekeer vond plaats tussen 1960 en 1970.
Eerst bij de stieren, daarna bij de koeien, werd een duidelijke voorkeur gegeven aan de ontwikkeling van de spiermassa. Het resultaat van deze selectie is opmerkelijk. Er ontstaat een nieuw type, dat een sterke spierontwikkeling (schouder, schoft, rug, lendenen, achterhand) combineert met een groot formaat, een fijn maar stevig skelet, mooie harmonieuze lijnen met ronde ribben, een schuine croupe, verborgen heupen en een vrij staande staart.
Gemengde tak
Sommige veehouders zijn doorgegaan met het selecteren van dieren die zowel melk- als vleesproductie combineren. Deze selectie vond parallel aan die van de vleeslijn plaats, waarbij gebruik werd gemaakt van totaal verschillende stambomen van stieren.
Sinds de invoering in 1999 van agromilieumaatregelen ter bescherming van met uitsterven bedreigde soorten, is er een hernieuwde belangstelling voor deze gemengde tak. De fokkers van Bleue Mixte zijn vooral actief in de provincies Henegouwen en Brabant. Binnen deze tak onderscheiden we twee varianten op basis van het genotype:
Genotype MH/MH
Deze dieren zijn genetisch identiek aan de dieren van de vleeslijn. Ze hebben echter een heel andere selectie ondergaan, met name op basis van melkproductie en gemak bij de geboorte.
Hun melkproductie varieert tussen 4200 en 4800 liter.
Genotype MH/+ of +/+
Deze dieren, die meer op melkproductie zijn gericht, produceren gemiddeld 5400 tot 6000 liter melk
Vleesrijke tak
De selectie op vleesrijke dieren kwam tot stand als reactie op de economische omstandigheden en met name op de vleesmarkt, die zeer gevoelig is voor verschillen in lichaamsbouw; deze verschillen weerspiegelen namelijk de samenstelling van het karkas. De meerwaarde die werd toegekend aan dieren met een betere lichaamsbouw heeft veehouders gestimuleerd om de meest vleesrijke dieren met elkaar te kruisen.
Van een ras dat oorspronkelijk gemengd was, is het Belgisch Blauw-Wit culard uitgegroeid tot een echt vleesras met als belangrijkste troeven: de ontwikkeling van de spiermassa, de kwaliteit van het vlees (malsheid), het formaat, de vroegrijpheid, de voederconversie, de volgzaamheid, de uniformiteit en de moederlijke eigenschappen.
Toutes races confondues, le Blanc-Bleu Belge constitue la majeure partie du cheptel national, composé de 1.083.408 têtes.
Le cheptel Blanc-Bleu Belge se rencontre actuellement dans toute la Belgique, même si le Luxembourg, le Hainaut et la Flandre Occidentale sont les provinces où le Blanc-Bleu Belgeest le plus représenté. Alors que le Blanc-Bleu Belge est utilisé en race pure pour la production de viande dans le Nord de l’Europe, on le rencontre également dans les régions du monde où la production de viande s’appuie largement sur le recours au croisement. C’est ainsi qu’il est présent dans une cinquantaine de pays à travers le monde.
La race Blanc-Bleu Belge s’adapte facilement aux diversités de sols et de climats que lui impose son expansion dans de nombreux pays. Son tempérament très calme lui confère également beaucoup d’intérêt. De plus, son extraordinaire aptitude au croisement et l’exceptionnelle qualité des produits justifient une demande croissante de géniteurs dans le monde entier.
Les Herd-Books sont regroupés au sein de l’Association Internationale des Eleveurs de Blanc-Bleu , appelée Belgian Blue International qui a pour but :
- d’harmoniser des méthodes et critères d’identification et d’inscription aux Livres Généalogiques,
- d’assurer la cohérence des programmes de sélection,
- de représenter les intérêts du Blanc-Bleu sur le plan international,
- de mener des actions visant à promouvoir la race Blanc-Bleu à travers le monde.
Cette collaboration entre les différents Herd-Books Blanc-Bleu aboutit à l’organisation de congrès internationaux, de visites d’élevages, de concours de carcasses et d’animaux de race pure… Grâce à ce travail de promotion, les craintes générées par l’originalité du Blanc-Bleu tombent les unes après les autres et la race connaît un développement rapide, d’une ampleur considérable.